Het ritmus van de kunst
‘Het ritmus van de kunst’. Brieven van Bram van Velde aan zijn mecenas, 1922-1935
Deze publicatie omvat alle 148 brieven en prentbriefkaarten, en documenten zoals foto’s en knipsels, die de schilder Bram van Velde (1895-1981) aan zijn Nederlandse mecenas Eduard Kramers (1861-1949) en zijn zoon Wijnand Kramers (1893-1975) verstuurde, naast alle bewaard gebleven doorslagen, concepten en fragmenten van de antwoordbrieven, die zich bevinden in het Archief Eduard H. en Wijnand Kramers in de collectie Archivalia van het RKD.
‘Ieder stuk is eigenlijk een zelfportret’, schreef Bram van Velde in juni 1928 aan Eduard Kramers. De bewaard gebleven brieven zijn dat evenzeer. Deze niet eerder gepubliceerde correspondentie vormt tegelijkertijd een belangrijk tijdsdocument en geeft de contour aan van het expressionistisch kunstenaarschap dat Bram van Velde in deze jaren voor ogen stond.
Bram van Velde kwam op jonge leeftijd als huisschilder-decorateur in dienst bij het Haagse schilders- en decoratiebedrijf Van Schayck & Co. Eduard Kramers, eigenaar van dit bedrijf en zelf een groot liefhebber van muziek en toneel, onderkende bij Bram van Velde schildersaanleg en stimuleerde hem zich als vrij kunstenaar te ontwikkelen.
Eind april 1922, op 26-jarige leeftijd, vertrekt Bram van Velde uit Den Haag naar München en kort daana naar Worpswede in Noord-Duitsland. Ruim twee jaar later, september 1924, reist hij naar Parijs. Op enkele bezoeken na zal hij niet meer naar Nederland terugkeren. In deze periode, van begin jaren ’20 tot midden ’30, voorziet Eduard Kramers in de vorm van tweewekelijkse of maandelijkse toelagen Bram van Velde in zijn levensonderhoud en in de kosten van zijn schildersbenodigdheden. In de regelmatig aan Kramers toegezonden brieven en briefkaarten, houdt de schilder zijn mecenas op de hoogte van zijn vorderingen, zijn nieuwste contacten, laatste werken en opvattingen.
‘Wil je als kunstenaar door het leven dan moet je wetten volgen die niet geschreven zijn […]
het is half instinkt’. In dat ‘geweldige ritmus’ – het directe contact met het leven [‘de polsslag en het hart van onze tijd’] – schreef de Bram van Velde op 26 april 1925 vanuit Parijs, zou de kunst van zijn tijd (‘onze dagen’) geboren worden. De kunstenaar moest terug naar de oorsprong, terug naar het directe voelen: ‘terug tot het doorleven met de ziel en wij zullen de schepping weer verstaan’, zo vatte hij in een brief van december 1924 zijn missie samen. Deze ‘nieuwe kunst’ draagt Bram van Velde in de hier bezorgde brieven op tal van manieren uit. De tot dusver vrij onbekende, vroege expressionistische periode van Bram van Velde boeit door het fundament aan opvattingen dat toen is gelegd en dat ook de overgang naar zijn latere abstracte kunst begrijpelijker maakt.
‘Het ritmus van de kunst’. Brieven van Bram van Velde aan zijn mecenas, 1922-1935,
bezorgd door Anita Hopmans en Erik Slagter
RKD-Bronnenreeks, deel 4
Uitgeverij Thoth, Bussum 2006
Paberback met flappen / 17 x 24 cm
240 pagina’s met 60 illustraties
Verkoopprijs € 19.90
ISBN 90-6868-433-7
Verkrijgbaar bij de balie van het RKD en in de boekhandel.